Disfunctionele patronen

Disfunctionele patronen

Lees hier meer over disfunctionele patronen

Disfunctionele patronen

Disfunctionele patronen

Lees hier meer over disfunctionele patronen

Met langdurige disfunctionele patronen bedoelen we: je niet goed kunnen aanpassen aan wisselende situaties, wat problemen oplevert voor jou en/of de ander. Langdurig wil zeggen dat je hier al lange tijd tegenaan loopt; vaak al sinds je tienertijd. Jouw kijk op jezelf en anderen is vervormd en kan leiden tot verstoorde emoties. In het contact met anderen ontstaan steeds weer (dezelfde) moeilijkheden. Deze patronen of valkuilen zijn onderdeel geworden van je persoonlijkheid en komen meestal dan ook op alle terreinen van je leven tot uiting (werk, relaties, sociale leven, etc.). We spreken in dit geval ook wel van persoonlijkheidsproblematiek.  

Een disfunctioneel patroon kan vele vormen aannemen. Voorbeelden zijn:  

  • Je jouw leven lang altijd maar aanpassen aan de ander, waardoor je niet weet wat jouw behoeften zijn en wie jij eigenlijk bent. 
  • Je snel geraakt of beledigd voelen en daar boos op reageren, waardoor mensen afstand van je nemen. 
  • Bang zijn om te falen en daardoor elke activiteit die voelt als prestatie uit de weg gaan, waardoor je in de problemen komt. 
  • Je door angst en onzekerheid zeer afhankelijk opstellen van je partner of van familieleden, waardoor je zelfvertrouwen zich niet ontwikkelt en je relaties uit balans raken. 
  • Denken dat mensen niet te vertrouwen zijn en daardoor geen hechte relaties kunnen vormen met anderen.  

Patronen zoals hierboven beschreven ontstaan vaak in de jeugd. Erfelijke aanleg speelt ook een rol.  

Door hoe er met ons wordt omgegaan door ouders, familieleden of klasgenoten vormen wij een beeld over hoe de wereld werkt, hoe anderen zijn en wie wij zijn. Er ontstaat als het ware een blauwdruk van het leven. Hier zitten allemaal boodschappen of overtuigingen achter, die we door de tijd hebben opgedaan. Als je ouders jou bijvoorbeeld je hele kindertijd lang het gevoel hebben gegeven dat wat je deed nooit goed genoeg was, dan kan dat leiden tot overtuigingen zoals: “ik kan niks”, “het mislukt altijd bij mij”, of “ik ben niet goed genoeg”. Als er vroeger weinig aandacht was voor jou emoties, of je werd afgewezen als je verdriet of boosheid liet zien, kan je als gevolg gaan denken dat jij er niet toe doet, of dat je mensen maar beter niet kunt laten zien wat er eigenlijk door je heen gaat.  

Deze patronen van denken, doen en voelen zijn tegen de tijd dat je volwassen bent zo ingesleten, dat je hier ook als volwassene last van blijft houden. Vaak levert het juist in de volwassenheid veel problemen op, omdat je dan geconfronteerd wordt met nieuwe verantwoordelijkheden, relaties en ervaringen.  

Als individuen en als groepen mensen hebben we allemaal bepaalde patronen in ons gedrag en in wat we denken. Die zijn soms fijn en bevorderlijk en soms onprettig en beschadigend. Het hebben van negatieve gedrags- of denkpatronen vraagt niet automatisch om therapie. Die vraag is voornamelijk afhankelijk van hoeveel last jij – of jouw omgeving – ondervindt van het gedrag. Hoe sterker en negatiever het patroon, hoe meer schade het doet aan jou of de mensen om je heen. 

Loop je telkens tegen dezelfde valkuilen aan en lukt het niet om anders met dingen om te gaan, of anders te reageren? Een therapeut kan jou helpen om je valkuilen te onderzoeken. Belangrijke vragen in dit proces zijn vaak: waar komen die patronen eigenlijk vandaan? Zitten er bepaalde behoeftes achter die aandacht verdienen? En bovenal: hoe kun jij beter voor jezelf gaan zorgen? 

Wanneer jij verzekerde zorg krijgt (zorg die valt onder de basisverzekering) is een van de voorwaarden dat er een DSM-stoornis wordt vastgesteld. De DSM-5 is het handboek voor de classificatie van psychische stoornissen. In de DSM-5 zijn meerdere classificaties opgenomen die met persoonlijkheidsproblematiek te maken hebben. Hieronder vind je een kort overzicht van de verschillende classificaties.   

  • Paranoïde persoonlijkheidsstoornis. 
  • Schizoïde persoonlijkheidsstoornis. 
  • Schizotypische persoonlijkheidsstoornis. 
  • Borderline persoonlijkheidsstoornis. 
  • Antisociale persoonlijkheidsstoornis. 
  • Narcistische persoonlijkheidsstoornis. 
  • Histrionische persoonlijkheidsstoornis. 
  • Afhankelijke persoonlijkheidsstoornis. 
  • Ontwijkende persoonlijkheidsstoornis. 
  • Obsessieve-compulsieve persoonlijkheidsstoornis. 

Let op: de DSM-5 is geen diagnostisch middel. Het vertelt niets over het waarom van de klachten; het is enkel een systeem om klachten te categoriseren. Wil je meer weten over de DSM-5? Klik dan hier.

Borderline persoonlijkheidsstoornis

Borderline persoonlijkheidsstoornis

De borderline persoonlijkheidsstoornis, kortweg ‘borderline’, wordt gekenmerkt door intense en instabiele relaties. De stemming, de emoties en het zelfbeeld zijn labiel. Er is vaak een grote gevoeligheid voor afwijzing en verlating.

Dwangmatige persoonlijkheidsstoornis

Dwangmatige persoonlijkheidsstoornis

Een dwangmatige-persoonlijkheidsstoornis wordt gekenmerkt door een onaangepast patroon van overmatig perfectionisme en rigide controle. Je houdt je halsstarrig vast aan regels, schema's en procedures, zodanig dat het je eigenlijk in de weg zit.

Histrionische persoonlijkheidsstoornis

Histrionische persoonlijkheidsstoornis

De histrionische persoonlijkheidsstoornis wordt gekenmerkt door overdreven uitingen van emoties en aandacht vragen. Deze mensen voelen zich niet op hun gemak of niet gewaardeerd als ze niet in het centrum van de belangstelling staan.

Narcistische persoonlijkheidsstoornis

Narcistische persoonlijkheidsstoornis

Een narcistische persoonlijkheid wordt gekenmerkt door opgeblazen gevoelens van eigenwaarde, een enorme behoefte aan bewondering, en een gebrek aan empathie (inlevingsvermogen).