Gegeneraliseerde angststoornis

Gegeneraliseerde angststoornis

Lees hier meer over gegeneraliseerde angststoornis

Gegeneraliseerde angststoornis

Gegeneraliseerde angststoornis

Lees hier meer over gegeneraliseerde angststoornis

  • Mensen met een gegeneraliseerde angststoornis zijn bijna constant angstig en bezorgd over verschillende dingen in hun leven, zoals hun opleiding of werk
  • De angst gaat samen met rusteloosheid en een gespannen gevoel en leidt tot duidelijke beperkingen in het psychosociaal functioneren
  • Een gegeneraliseerde angststoornis wordt ook wel ‘piekerstoornis’ genoemd
  • Tweederde van de mensen met een gegeneraliseerde angststoornis is vrouw

Iemand met een gegeneraliseerde angststoornis is overmatig en langdurig angstig en bezorgd over meerdere dingen in zijn leven. Er is bijna constant sprake van een angstig voorgevoel. Dit betreft niet één, maar meerdere levensgebieden, bijvoorbeeld het werk, de financiën of de zorg voor de kinderen. De persoon heeft deze bezorgdheid niet meer in de hand. Hij kan de angstige gedachten niet van zich afzetten.

De gegeneraliseerde angststoornis wordt ook wel de ‘piekerstoornis’ genoemd. Mensen piekeren constant over wat er allemaal mis kan gaan. Door deze angstige gedachten is het moeilijk om het hoofd ergens bij te houden, waardoor concentratieproblemen ontstaan. Door het piekeren liggen mensen vaak nachtenlang wakker of slapen ze heel onrustig.

Om te kunnen spreken van een stoornis moet de angst of de bezorgdheid overdreven zijn in verhouding tot de kans dat het echt gebeurt. Een voorbeeld hiervan is een moeder die constant bang is dat haar kind ziek wordt. De meeste moeders zijn wel eens bezorgd om de gezondheid van hun kind, maar niet bij elke hoest. Ook over hele kleine dingen kunnen zij zich buitensporig veel zorgen maken: ‘Stel dat ik de bus mis…’

Angsten en zorgen die iedereen wel eens heeft gaan minder vaak gepaard met lichamelijke klachten. Mensen met een gegeneraliseerde angststoornis hebben vaak een rusteloos, gespannen of opgejaagd gevoel. Spierspanningen kunnen samengaan met trillen, een rillerig gevoel, pijn of gevoelige spieren. Andere lichamelijke verschijnselen zijn: zweten, misselijkheid of diarree. Hartkloppingen, kortademigheid en duizeligheid komen voor, maar kunnen ook symptomen zijn van paniekaanvallen. Veel mensen voelen zich moe of prikkelbaar. Ze hebben moeite met hun concentratie en geheugen.

De angsten en de zorgen zijn gedurende langere tijd, minstens 6 maanden, aanwezig. Mensen ervaren deze klachten vaak al hun leven lang en zeggen: ‘ik ben altijd al angstig en zenuwachtig geweest’.

De persoon lijdt ook onder de angst, bezorgdheid of de lichamelijke klachten die ermee samengaan. En de stoornis zorgt voor beperkingen in het dagelijks leven. Het leidt tot veel ziekteverzuim en minder goed functioneren. Voor ouders kan het moeilijk zijn om hun kinderen aan te moedigen om dingen te ondernemen.

Bij een gegeneraliseerde angststoornis heeft iemand gedurende minstens zes maanden last van een buitensporige angst en bezorgdheid (bange voorgevoelens). Deze angst en bezorgdheid zijn vaker wél dan niet aanwezig. Ze betreffen meerdere gebeurtenissen of activiteiten, zoals prestaties op school of werk. De persoon vindt het moeilijk om de bezorgdheid in de hand te houden.
Daarbij treden drie (of meer) van de volgende symptomen op:

  • Rusteloosheid, een ‘opgedraaid’ of gespannen gevoel
  • Snel vermoeid raken
  • Moeite met de concentratie of het geheugen
  • Prikkelbaarheid
  • Spierspanning
  • Slaapproblemen

Bij kinderen is naast een buitensporige angst en bezorgdheid die lang aanhoudt, slechts één symptoom nodig om de diagnose te stellen.

De schattingen van het aantal mensen dat aan een algemene angststoornis lijdt lopen uiteen van 0,4 tot 3,6%. Van de mensen met een algemene angststoornis is tweederde vrouw. Ook komt het vaker voor onder Europeanen en onder mensen uit hoogontwikkelde landen.

Gemiddeld genomen begint de ziekte rond het dertigste levensjaar, maar er zijn grote verschillen. Hoe jonger het begint, hoe meer kans dat mensen er ernstige beperkingen van ondervinden in hun dagelijks leven.

Bij ouderen komt het minder vaak voor. Als dat wel het geval is, maken ze zich vaak buitensporig veel zorgen over hun gezondheid en veiligheid.

Het advies is om altijd te beginnen met een psychologische behandeling. Middels cognitieve gedragstherapie (CGT) kun je bijvoorbeeld leren om meer grip te krijgen op je angstige gedachten. Mindfulness Based Cognitive Therapy (MBCT) kan je helpen om minder beïnvloed te worden door je gedachten. 

Worden je klachten niet minder na therapie? Je hebt er dan mogelijk baat bij om na een meer klantgerichte behandeling zoals CGT in therapie aandacht te gaan besteden aan onderliggende problemen. Een psycholoog kan je helpen te onderzoeken wat er ten grondslag ligt aan je angsten en gevoelens van onveiligheid. Soms zit juist daar de sleutel voor duurzame verandering.

Bij angstklachten wordt ook wel medicatie voorgeschreven, zoals benzodiazepines. Dit dempt je angstige gevoelens. Medicatie kan je een steuntje in de rug geven, maar is niet een definitieve oplossing. 

 

Wanneer jij verzekerde zorg krijgt (zorg die valt onder de basisverzekering) is een van de voorwaarden dat er een stoornis wordt vastgesteld. Alleen dan kan de zorg vergoed worden vanuit de basisverzekering. Alle psychiatrische stoornissen zijn verzameld in de DSM-5. De DSM-5 is het handboek voor de classificatie van psychische stoornissen.  

Een belangrijke kanttekening om bij de DSM-5 te maken is dat de stoornissen die hierin vermeld staan geen diagnoses zijn. De stoornis wordt beschreven aan de hand van een lijstje met symptomen. Voldoe je hieraan, dan 'heb' je deze stoornis. De stoornis of het label zegt alleen niets over hoe het komt dat je deze klachten ervaart. Het geeft geen verklaring.  

Voldoe jij aan de kenmerken van een stoornis? Dan is die stoornis dus niet de reden dat je klachten hebt, maar slechts een beschrijving van jouw klachten. Wat dan het doel is van het gebruik van de DSM? Het helpt om klachten in duidelijk afgebakende categorieën te kunnen plaatsen. Zo weten we met elkaar iets beter waar we over spreken en hoe we klachten willen behandelen. 

Wil jij meer lezen over de DSM-5 en hoe Psycholoog.nl hiermee omgaat? Klik dan hier.