Paniekstoornis

Paniekstoornis

Lees hier meer over paniekstoornis

Paniekstoornis

Paniekstoornis

Lees hier meer over paniekstoornis

  • Een paniekstoornis wordt gekenmerkt door paniekaanvallen: plotselinge golven van intense angst
  • Je wordt overvallen door hartkloppingen, zweten, trillen, misselijkheid, duizeligheid, hyperventilatie, een gevoel van flauwvallen, of de angst om dood te gaan
  • Je bent aanhoudend bang voor nieuwe paniekaanvallen of vermijdt situaties waarin dit zou kunnen gebeuren
  • Naar schatting heeft 1 op de 30 tot 50 mensen een paniekstoornis
  • De paniekstoornis komt twee keer vaker voor bij vrouwen dan bij mannen

Een paniekstoornis houdt in dat mensen herhaaldelijke paniekaanvallen hebben op onverwachte momenten. Een paniekaanval is een plotselinge golf van intense angst of intens onbehagen die binnen enkele minuten een piek bereikt. Vaak gaat dit gepaard met een aantal lichamelijke verschijnselen, zoals hartkloppingen, pijn op de borst, trillen of het gevoel geen adem te krijgen en te stikken. Met ‘onverwachte momenten’ wordt bedoeld dat er geen duidelijke aanleiding voor is. De aanval treedt op ‘uit het niets’. 

Meestal zijn mensen die herhaaldelijk paniekaanvallen hebben voortdurend bang voor een nieuwe paniekaanval of voor de gevolgen daarvan, zoals een hartaanval krijgen of ‘gek worden’. Vaak vertonen zij ook gedragsveranderingen. Dan gaan ze bijvoorbeeld situaties uit de weg waarin ze geen hulp kunnen krijgen als ze in paniek raken. Maar ook de lichamelijke verschijnselen die bij paniekaanvallen horen, kunnen vermeden worden, bijvoorbeeld door lichamelijke inspanningen te beperken.

Het aantal paniekaanvallen is heel wisselend. Dit kan gemiddeld één keer per week zijn, maar ook veel meer. Soms worden periodes met veel aanvallen (bijvoorbeeld één keer per dag) afgewisseld met periodes met weinig tot geen aanvallen. Het komt voor dat er maandenlang geen paniekaanvallen zijn en dat ze dan toch weer de kop opsteken.

Een paniekstoornis komt veel voor in combinatie met agorafobie, oftewel pleinvrees. Mensen met agorafobie zijn bang dat ze verschijnselen van paniek zullen ervaren in bepaalde situaties buitenshuis. Het gaat met name om situaties waarin zij niet makkelijk kunnen ontsnappen of waar geen hulp aanwezig is. Daarom gaan zij deze situaties vermijden. 

 

Een paniekstoornis wordt gekenmerkt door herhaaldelijk terugkerende en onverwachte paniekaanvallen. Een paniekaanval gaat gepaard met vier (of meer) van de volgende symptomen:

  • Hartkloppingen, een bonzend hart of een versnelde hartslag
  • Zweten
  • Trillen of beven
  • Gevoelens van ademnood of verstikking
  • Het gevoel naar adem te snakken
  • Pijn of een onaangenaam gevoel op de borst
  • Misselijkheid of maag/buikklachten
  • Een gevoel van duizeligheid, onvastheid, licht in het hoofd zijn of flauwvallen
  • Koude rillingen of opvliegers
  • Een verdoofd of tintelend gevoel
  • Derealisatie (het gevoel dat de omgeving niet echt is) of depersonalisatie (alsof iemand in een film speelt)
  • Vrees om de zelfbeheersing te verliezen of ‘gek te worden’
  • Vrees om dood te gaan

Gedurende een maand (of langer) is een van de volgende kenmerken aanwezig:

  • Voortdurend bezig zijn met of bezorgdheid over nieuwe paniekaanvallen of de gevolgen daarvan, zoals de zelfbeheersing verliezen, een hartaanval krijgen of ‘gek worden’
  • Een duidelijke onaangepaste gedragsverandering in samenhang met de aanvallen, zoals het vermijden van onbekende situaties

Ongeveer 10% van de bevolking maakt minimaal één paniekaanval door, zonder te voldoen aan de criteria voor paniekstoornis. Ongeveer 2 tot 3% van de bevolking heeft een paniekstoornis. De stoornis komt twee keer vaker voor bij vrouwen dan bij mannen.

De cultuur speelt ook een rol. In Azië, Afrika en Latijns-Amerika komt de paniekstoornis veel minder voor (0,1 tot 0,8%) dan in westerse landen.

De paniekstoornis begint meestal bij jongvolwassenen (20 tot 24 jaar). Een enkele keer begint het al op kinderleeftijd. Een begin na de leeftijd van 45 jaar is zeldzaam.

Bij een paniekstoornis is het advies om altijd te beginnen met een psychologische behandeling. Je leert om beter om te gaan met jouw paniekgevoelens. Soms worden ook medicijnen voorgeschreven. Dit is enkel symptoombestrijding en kan jou tijdens de behandeling ondersteunen, maar je ook juist in de weg staan om echt met paniekgevoelens om te leren gaan en hier de oorzaak van te achterhalen. Jouw huisarts of een psychiater kan je hierover informeren. 

Wanneer jij verzekerde zorg krijgt (zorg die valt onder de basisverzekering) is een van de voorwaarden dat er een stoornis wordt vastgesteld. Alleen dan kan de zorg vergoed worden vanuit de basisverzekering. Alle psychiatrische stoornissen zijn verzameld in de DSM-5. De DSM-5 is het handboek voor de classificatie van psychische stoornissen.  

Een belangrijke kanttekening om bij de DSM-5 te maken is dat de stoornissen die hierin vermeld staan geen diagnoses zijn. De stoornis wordt beschreven aan de hand van een lijstje met symptomen. Voldoe je hieraan, dan 'heb' je deze stoornis. De stoornis of het label zegt alleen niets over hoe het komt dat je deze klachten ervaart. Het geeft geen verklaring.  

Voldoe jij aan de kenmerken van een stoornis? Dan is die stoornis dus niet de reden dat je klachten hebt, maar slechts een beschrijving van jouw klachten. Wat dan het doel is van het gebruik van de DSM? Het helpt om klachten in duidelijk afgebakende categorieën te kunnen plaatsen. Zo weten we met elkaar iets beter waar we over spreken en hoe we klachten willen behandelen. 

Wil jij meer lezen over de DSM-5 en hoe Psycholoog.nl hiermee omgaat? Klik dan hier.