Sociale fobie

Sociale fobie

Lees hier meer over sociale fobie

Sociale fobie

Sociale fobie

Lees hier meer over sociale fobie

  • Mensen met een sociale fobie zijn erg bang in sociale situaties, waarin zij kritisch beoordeeld kunnen worden door anderen
  • Sociale situaties worden zoveel mogelijk vermeden, zoals eten in het bijzijn van anderen, een gesprek voeren, of een presentatie houden
  • De angst, vrees of vermijding houdt minstens zes maanden aan, en zorgt voor belemmeringen in het dagelijks leven
  • Een sociale fobie wordt ook wel een sociale angststoornis genoemd
  • 1 op de 50 mensen heeft een sociale fobie. Dit komt even vaak voor bij kinderen als bij volwassenen, en het begint meestal tussen de 8 en 15 jaar

Veel mensen zien er tegenop om een presentatie te geven of een speech te houden. Ze voelen zich dan zenuwachtig. Een veelvoorkomende vorm van sociale angst is plankenkoorts. Dit is een hele normale reactie, en het helpt je beter te concentreren. De zenuwen maken je vaak zelfs alerter. Zolang je hier niet al te zeer onder lijdt, dit na de presentatie weer over is, en je hierdoor niet beperkt wordt in je dagelijks leven, is er verder weinig aan de hand.

Mensen met een sociale fobie zijn echter bang in veel sociale situaties waarin zij negatief beoordeeld kunnen worden door anderen. Deze angst houdt minstens zes maanden aan. Als ze naar een feestje gaan zijn ze bijvoorbeeld bang dat ze iets doms gaan zeggen of dat ze lelijk, saai of niet aardig gevonden worden. Deze angst gaat vaak samen met lichamelijke verschijnselen, zoals blozen, trillen, transpireren of stotteren. Daardoor worden ze nog angstiger. Ze zijn bang dat anderen dit zien en dat ze ‘voor paal’ zullen staan. Deze angst leidt ertoe dat mensen bepaalde situaties gaan vermijden.

Sociale fobie wordt ook wel een sociale angststoornis genoemd. Om te spreken van een stoornis moet de angst overdreven zijn in verhouding tot het werkelijk risico in die situatie. Als een kind heel erg gepest wordt op school, is het normaal dat het er tegenop ziet om naar school te gaan. Wel is het zo dat mensen met een sociale fobie de mogelijke negatieve gevolgen sterk overschatten. Stel dat iemand een presentatie geeft en een glas water omstoot, dan is dat niet heel erg. Iemand met een sociale fobie kan dit als een ramp zien.

De angst of de vermijding moet gedurende minstens zes maanden aanwezig zijn. De aard en de ernst van de angst en vermijding kan sterk verschillen. Sommige mensen krijgen al een paniekaanval als ze het idee hebben dat anderen op een bepaalde manier naar hen kijken. Anticipatieangst (angst bij het vooruitzicht van) komt ook vaak voor. Mensen piekeren soms al weken van tevoren over wat er allemaal fout kan gaan. Sommige mensen vermijden de gevreesde situatie niet, maar kunnen die slechts doorstaan met intense angst. Anderen gaan heel veel situaties uit de weg. De vermijding kan heel duidelijk zijn, bijvoorbeeld bij een schoolfobie. Maar het kan ook veel subtieler zijn, bijvoorbeeld door smoezen te verzinnen of door zich zo onopvallend mogelijk te gedragen.

Om te spreken van een stoornis moet de persoon in kwestie eronder lijden en/of er beperkingen in het dagelijks leven door ondervinden. Als iemand slechts twee keer per jaar een groep moet toespreken en daar tegenop ziet, is dit geen sociale angststoornis. Voor een docent kan dit er echter toe lijden dat hij zijn werk niet meer kan doen. Soms vermijden mensen alle sociale situaties en komen zij in een sociaal isolement terecht. Mannen met een sociale fobie zijn vaak laat met vinden van een partner en het stichten van een gezin. Vrouwen die het liefst een baan zouden hebben, worden huisvrouw.

Bij vrouwen gaat de fobie vaak samen met een andere angststoornis of een depressie. Bij mannen is er vaker sprake van een gedragsstoornis of overmatig gebruik van alcohol of drugs om de angst te dempen en remmingen weg te nemen.

Een sociale fobie wordt gekenmerkt door de volgende symptomen:

  • Angst of vrees in sociale situaties waarin iemand wordt blootgesteld aan een mogelijke kritische beoordeling door anderen.
  • Bij kinderen moet de angst ook voorkomen in gezelschap van leeftijdgenoten en niet alleen maar in contacten met volwassenen.
  • De persoon vreest zich zodanig te gedragen of angstverschijnselen te vertonen dat anderen hier negatief over zullen oordelen.
  • De sociale situaties roepen bijna altijd angst of vrees op en dit duurt meestal zes maanden of langer.
  • De angst of vrees is buiten proportie ten opzichte van het werkelijke gevaar.
  • De persoon lijdt onder de angst of de vermijding of er zijn duidelijke beperkingen in het dagelijks functioneren.

In Nederland voldoet ongeveer 2,3% van de mensen aan de criteria van een sociale angststoornis. De sociale fobie komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Vooral bij adolescenten en jongvolwassenen is dit zo.

De stoornis ontstaat in driekwart van de gevallen tussen de 8 en 15 jaar. Voorafgaand hieraan waren deze kinderen vaak al erg verlegen.

Er wordt geadviseerd om altijd te beginnen met een psychologische behandeling. Alleen als er tegelijkertijd sprake is van een ernstige depressie, wordt gestart met antidepressiva. Daarna wordt de medicatie alsnog gecombineerd met een psychologische behandeling.

Bij een sociale fobie worden soms bètablokkers worden voorgeschreven om de lichamelijke angstklachten, zoals trillen, hartkloppingen, overmatig transpireren en blozen, tijdelijk te doen afnemen. Dit dient enkel ter symptoombestrijding en is nooit de oplossing voor de klachten. 

Wanneer jij verzekerde zorg krijgt (zorg die valt onder de basisverzekering) is een van de voorwaarden dat er een stoornis wordt vastgesteld. Alleen dan kan de zorg vergoed worden vanuit de basisverzekering. Alle psychiatrische stoornissen zijn verzameld in de DSM-5. De DSM-5 is het handboek voor de classificatie van psychische stoornissen. 

Een belangrijke kanttekening om bij de DSM-5 te maken is dat de stoornissen die hierin vermeld staan geen diagnoses zijn. De stoornis wordt beschreven aan de hand van een lijstje met symptomen. Voldoe je hieraan, dan 'heb' je deze stoornis. De stoornis of het label zegt alleen niets over hoe het komt dat je deze klachten ervaart. Het geeft geen verklaring. 

Voldoe jij aan de kenmerken van een stoornis? Dan is die stoornis dus niet de reden dat je klachten hebt, maar slechts een beschrijving van jouw klachten. Wat dan het doel is van het gebruik van de DSM? Het helpt om klachten in duidelijk afgebakende categorieën te kunnen plaatsen. Zo weten we met elkaar iets beter waar we over spreken en hoe we klachten willen behandelen.

Wil jij meer lezen over de DSM-5 en hoe Psycholoog.nl hiermee omgaat? Klik dan hier