Trauma

Trauma

Lees hier meer over trauma

Trauma

Trauma

Lees hier meer over trauma

Een trauma is het meemaken van een zeer ingrijpende en heftige gebeurtenis die vaak blijvende indruk en in veel gevallen lichamelijke of psychische klachten achterlaat. Een traumatische gebeurtenis kan bijvoorbeeld een verkeersongeval zijn, maar ook seksueel misbruik, oorlogsgeweld, of ander lichamelijk geweld. Ook als je getuige bent geweest van een ander die dit overkwam, of hebt vernomen dat een naaste iets zeer ernstigs is overkomen, kun je een trauma oplopen. 

De mate waarin een gebeurtenis traumatisch is, is niet alleen afhankelijk van de gebeurtenis zelf. Hierin is bijvoorbeeld ook de veerkracht van de persoon, een steunend sociaal netwerk en hoe de verwerking van het trauma plaatsvindt van groot belang. Herhaling van trauma heeft daarnaast een grotere impact dan wanneer dit eenmalig gebeurt. In onderzoek is ook duidelijk aangetoond dat hoe jonger het slachtoffer is ten tijde van de traumatische gebeurtenis, hoe groter de kans is dat hij of zij op latere leeftijd psychische klachten ervaart. Dit geldt bovenal voor seksueel misbruik, omdat dit een zeer ernstige inbreuk op het veiligheidsgevoel van het kind is, dat juist in de eerste jaren essentieel is voor veilige hechting. We spreken in deze gevallen van vroegkinderlijk trauma.  

Traumatische gebeurtenissen leiden niet altijd tot aanhoudende psychische klachten. In veel gevallen hebben mensen een bepaalde periode van verwerking nodig, waarna de klachten geleidelijk verdwijnen. Als de klachten langer aanhouden dan je zou verwachten en/of heviger zijn, kan er noodzaak zijn tot professionele hulp. Je kunt dan bijvoorbeeld denken aan steeds terugkerende nachtmerries, een continue alertheid en hevig schrikken van geluiden, het vermijden van plaatsen en gedachten, concentratieverlies, de gebeurtenis steeds herbeleven, niet kunnen slapen, etc. Dit noemen we psychotraumatische klachten. Als dit soort klachten blijven bestaan, heeft de traumatische gebeurtenis een zodanig sterke emotionele indruk in het brein achtergelaten, dat die niet vanzelf weer afzwakt. In het dagelijks leven word je door kleine dingen steeds herinnerd aan het trauma, waardoor je emotionele systeem weer net zo geactiveerd wordt als tijdens het trauma. In de DSM-5, het handboek voor de classificatie van psychische stoornissen, wordt dan ook wel gesproken van een Posttraumatische Stressstoornis (PTSS).  

Psychische problemen na een trauma zijn heel divers. De reactie neemt soms de vorm aan van een depressie. Vooral nergens kunnen van genieten komt vaak voor. Andere veelvoorkomende reacties zijn angst, prikkelbaarheid en woede-uitbarstingen. In de meeste gevallen gaat het om een combinatie van verschillende problemen, zoals ook hierboven beschreven. Met name vroegkinderlijk trauma kan ook veel invloed hebben op de ontwikkeling van de persoonlijkheid. De ervaren onveiligheid kan bijvoorbeeld het vermogen aantasten om gezonde relaties met anderen aan te gaan. Deze persoonlijkheidsproblemen komen vaak op elk levensgebied tot uiting, dus zowel op je werk als in intieme relaties, vriendschappen, etc. In zeer ernstige gevallen kan er als reactie op het trauma depersonalisatie of derealisatie ontstaan. Hiermee bedoelen we de ervaring dat je voor je gevoel ineens loskomt van je eigen lichaam en het van een afstand waarneemt, of dat juist de wereld om je heen ineens heel vreemd (bijvoorbeeld vervormd) aandoet. Dit soort ervaringen duren vaak even en gaan dan vanzelf weer voorbij. Zeer uitzonderlijk is het wanneer mensen als reactie op het trauma een of meer andere persoonlijkheden creëren. Het psychisch functioneren is dan ernstig verstoord. De belangrijkste oorzaak hiervoor is vroegkinderlijk trauma in combinatie met emotionele verwaarlozing in de nasleep van het trauma. 

Als jij een traumatische gebeurtenis hebt meegemaakt en je merkt hier nog altijd veel last van te hebben, is het verstandig om dit eens met een psycholoog te bespreken. Het kan zijn dat je klachten passen bij een normaal verwerkings- of rouwproces, maar als het lang aanhoudt kan er meer aan de hand zijn. 

Ongeveer 80% van de mensen maakt ooit in hun leven een traumatische gebeurtenis mee. Tien procent daarvan ontwikkelt PTSS. De helft van de mensen zoekt geen hulp. 

Een veelgebruikte behandelmethode bij psychotrauma of PTSS is Eye Movement Desensitization and Reprocessing (EMDR). Bij deze methode moet je een taak doen die belastend is voor je werkgeheugen (bijvoorbeeld het volgen van een lichtbalk met je ogen) terwijl je actief probeert terug te denken aan de traumatische gebeurtenis. Wat blijkt? Jouw brein kan niet tegelijk én de emotionele spanning produceren die je normaal ervaart als je geconfronteerd wordt met het trauma én aandacht hebben voor de taak die je aan het verrichten bent. Hierdoor zwakt de associatie tussen de herinnering en de emotionele spanning af. Je kunt het zien als een neurologische truc. De methode is erg effectief en veel mensen zijn er al mee geholpen. 

Andere veelgebruikte behandelmethoden zijn Imaginaire Exposure, cognitieve gedragstherapie, psychotherapie en Narratieve Exposuretherapie.  

Wanneer jij verzekerde zorg krijgt (zorg die valt onder de basisverzekering) is een van de voorwaarden dat er een DSM-stoornis wordt vastgesteld. De DSM-5 is het handboek voor de classificatie van psychische stoornissen. In de DSM-5 zijn meerdere classificaties opgenomen die met trauma te maken hebben. Hieronder vind je een kort overzicht van de verschillende classificaties.  

  • Aanpassingsstoornis 

Een aanpassingsstoornis is een reactie op een stressvolle gebeurtenis, zoals relatieproblemen of een nieuwe baan. De stemming is angstig en/of somber. Ook een verstoord rouwproces en een burn-out horen tot de aanpassingsstoornissen. 

  • Acute stressstoornis 

De aanwezigheid van psychische klachten in de eerste drie dagen na een ingrijpende gebeurtenis is normaal. Bij een acute stressstoornis ervaart iemand langer dan drie dagen herhaaldelijk angst en herbelevingen. Wanneer de symptomen langer dan één maand aanwezig zijn, wordt het PTSS genoemd. 

  • Posttraumatische stressstoornis (PTSS) 

PTSS staat voor posttraumatische stressstoornis, waarbij dezelfde symptomen optreden als bij de acute stressstoornis, maar deze zijn dan minstens een maand aanwezig. Het gaat om reacties op zeer ernstige gebeurtenissen. Meestal zijn er herbelevingen van de gebeurtenis. De herbeleving wordt uitgelokt door een zogenaamde ‘trigger’. Dit kan gaan om subtiele dingen, zoals een geur of de klank van iemands stem. Vaak worden situaties die iemand herinneren aan het trauma vermeden. 

  • Depersonalisatie-/derealisatiestoornis 

De depersonalisatie-/derealisatiestoornis is een stoornis in het bewustzijn waarbij iemand zichzelf of zijn omgeving als onwerkelijk en vreemd ervaart. Deze episoden komen vaak voor als gevolg van stress of een traumatische gebeurtenis. 

  • Dissociatieve identiteitsstoornis (DIS) 

Bij een dissociatieve identiteitsstoornis is sprake van twee of meer afzonderlijke persoonlijkheidstoestanden. Vroeger werd dit ook wel een meervoudige persoonlijkheidsstoornis genoemd. 

Let op: de DSM-5 is geen diagnostisch middel. Het vertelt niets over het waarom van de klachten; het is enkel een systeem om klachten te categoriseren. Wil je meer weten over de DSM-5? Klik dan hier. 

Acute stressstoornis

Acute stressstoornis

Bij een acute stressstoornis is er sprake van stressklachten naar aanleiding van een traumatische gebeurtenis die korter dan een maand aanhouden.

PTSS

PTSS

PTSS kenmerkt zich door herbelevingen en andere aanhoudende stressklachten na het meemaken van een traumatische gebeurtenis.