De relatie met onze ouders speelt een grote rol in meerdere aspecten van ons leven. De hechting met je ouder(s) zoals je die als kind had heeft veel invloed op hoe je jezelf en anderen ziet, en of je jezelf en anderen vertrouwt. Het vormen van een veilige hechting in de kindertijd is dus belangrijk voor het vormen en onderhouden van relaties op latere leeftijd. Hechting wordt omgeschreven als de emotionele band die gevormd wordt tussen kind en ouder(s), en is het gevolg van de interacties tussen jou en jouw ouder(s). Je kent misschien wel de hechtingstheorie van John Bolwby. Volgens deze hechtingstheorie zoeken kinderen in tijden van stress toenadering, ondersteuning en troost bij hun ouders. Verschillende hechtingspatronen (veilige, angstig-ambivalent, vermijdend en gedesorganiseerd) kunnen ontstaan door de reactie van de ouder op de toenadering van het kind.

Wat is hechtingstrauma? 

Hechtingstrauma komt voor wanneer je als kind niet tegemoet bent gekomen in je behoefte aan warmte, nabijheid en veiligheid. Dit komt voor in gevallen zoals: emotionele, fysieke, seksuele trauma's, scheiding, het verliezen van een belangrijk hechtingsfiguur, verlating of afwijzing. Dit kan leiden tot het vormen van een onveilige hechting. Wanneer je een onveilige hechting hebt, heb je vaker moeite met het vormen van waardevolle (romantische) relaties. Daarbij kan je moeite ervaren met het verbinden aan een ander. Als gevolg van eerdere ervaringen, heb je een grotere angst om gekwetst of verlaten te worden. Mensen met verschillende hechtingsstijlen gaan op een andere manier om met deze angst. Iemand met een vermijdende hechting zou eerder afstand nemen en mensen nooit oprecht dicht bij laten komen, terwijl iemand met een angstige-ambivalente hechting gekenmerkt wordt door de constante angst om niet goed genoeg te zijn en juist afhankelijk kan overkomen in relaties.  

 Voorbeelden van signalen van hechtingstrauma in volwassenen kunnen onder andere zijn:  

  • Angst dat je partner, vrienden of familie je gaat verlaten 
  • Moeite hebben met vertrouwen  
  • Constant alert zijn dat je partner misschien niet tevreden is in de relatie  
  • Moeite hebben met je zelfwaarde  
  • Mensen op afstand houden en nabijheid vermijden uit angst om gekwetst te worden 
  • Behoefte aan aandacht en bevestiging 
  • Sterke behoefte aan autonomie en controle in relaties 
  • Zwart-wit kijk op de partner: je partner is helemaal geweldig of helemaal slecht
  • Moeizame en mislukte relaties
  • Angst om te binden 

Wat is bindingsangst? 

Een van de kenmerken van hechtingstrauma is dat je moeite kan hebben om je aan iemand te binden. Dit komt vaak voort uit een angst om gekwetst of afgewezen te worden als gevolg van eerdere ervaringen. Wanneer je bindingsangst hebt, wil je liever je partner op afstand houden uit de angst om afgewezen te worden wanneer je wel toenadering zou zoeken. Het is ook lastig voor je om open te zijn en emoties te delen met je partner of andere personen. Bovendien komt het vaak voor dat mensen met bindingsangst moeite hebben met het beginnen van een relatie en als gevolg de relatie ook sneller afbreken. Het kan ook zijn dat je je sneller aangetrokken voelt tot mensen die buiten je bereik zijn (bijvoorbeeld personen die al een vaste relatie hebben). Als gevolg hiervan hebben personen met bindingsangst vaak niet eerder een lange stabiele relatie gehad. Dit is jammer, want ondanks dat mensen met bindingsangst moeite kunnen hebben met oprechte verbinding, hebben zij hier juist wel behoefte aan.    

Hoe ga je om met hechtingstrauma en bindingsangst? 

  • Bedenk je hoe je relatie met je ouders in de kindertijd eruit heeft gezien en hoe dit een invloed heeft op je kijk naar relaties en op je zelfbeeld. Het beter begrijpen van waar je gedrag vandaan komt, kan een eerste stap naar verbetering zijn. 
  • Het kan helpen om bepaalde patronen te herkennen: ‘zoek ik vaak naar bevestiging in mijn relaties?, op welke momenten voel ik me angstig?  heb ik een extreme behoefte aan aandacht van onbereikbare personen? hou ik mensen op afstand?’. Het inzicht hebben in bepaalde gedragspatronen, kan een eerste stap zijn naar verandering.  
  • Je hoeft dit natuurlijk niet alleen te doen. Het kan helpen om open en eerlijk hierover te praten met mensen die je wel vertrouwt. Het kan verder ook helpen om te praten met een psycholoog. De gebeurtenissen in je kindertijd kunnen natuurlijk best impactvol zijn. Het praten met een psycholoog kan je ook helpen met het zoeken naar de oorzaken van de bindingsangst en onderzoeken welke hechtingspatronen je in de loop van tijd hebt ontwikkeld. Vervolgens kan er samen aan gewerkt worden om deze patronen te doorbreken.