Een depressie doormaken is ingrijpend, maar herstellen betekent helaas niet altijd dat het risico voorbij is. Onderzoek laat zien dat mensen die eerder een depressie hebben gehad, een aanzienlijk verhoogde kans hebben op een nieuwe episode. Dit risico neemt zelfs toe naarmate iemand meerdere depressies heeft doorgemaakt. Juist daarom is terugvalpreventie een essentieel onderdeel van herstel.
Kans op terugval
Depressie wordt steeds vaker gezien als een terugkerende aandoening. Onderzoek laat zien dat:
- Meer dan 50% van de mensen na een eerste depressie opnieuw klachten krijgt
- Dit kan oplopen tot 80–90% bij meerdere eerdere episodes
Daarnaast blijkt uit wetenschappelijke literatuur dat het risico op terugval toeneemt naarmate iemand vaker depressief is geweest. Een belangrijke verklaring hiervoor is dat kwetsbaarheden (zoals negatieve denkpatronen of stressgevoeligheid) deels blijven bestaan, zelfs wanneer iemand zich beter voelt. Dit betekent dat herstel niet alleen gaat over klachtenvermindering, maar ook over het versterken van psychische weerbaarheid op de lange termijn.
Terugvalpreventie: inzetten als het goed gaat
Een veelgemaakte misvatting is dat preventie pas nodig is wanneer klachten terugkomen. Wetenschappelijk onderzoek laat juist het tegenovergestelde zien: interventies tijdens herstel zijn effectief in het verminderen van terugval.
Zo toont onderzoek van de Universiteit van Utrecht aan dat preventieve cognitieve therapie (PCT) de kans op terugval aanzienlijk kan verlagen, van 72% naar 46% bij mensen met meerdere eerdere depressies.
Ook andere studies bevestigen dat psychologische interventies zoals cognitieve gedragstherapie en mindfulness-based therapie effectief zijn in het voorkomen van terugval. Juist wanneer iemand zich beter voelt, is er ruimte om vaardigheden op te bouwen die beschermen tegen toekomstige klachten.
Risicofactoren voor terugval herkennen
Het herkennen van persoonlijke risicofactoren is een belangrijke stap in terugvalpreventie. Veelvoorkomende factoren zijn:
- Restklachten (zoals somberheid of vermoeidheid die niet volledig verdwenen zijn)
- Negatieve denkpatronen of piekeren
- Stressvolle levensgebeurtenissen
- Gebrek aan structuur of sociale steun
Onderzoek laat zien dat zelfs milde restklachten een voorspeller kunnen zijn van een nieuwe depressieve episode. Daarom is het belangrijk om niet alleen te focussen op “niet meer depressief zijn”, maar ook op het actief onderhouden van mentale gezondheid.
Effectieve strategieën om terugval te voorkomen
Wetenschappelijke studies wijzen op verschillende effectieve strategieën. Een combinatie van interventies werkt vaak het beste.
1. Blijf werken aan helpende denkpatronen
Cognitieve therapie helpt om automatische negatieve gedachten te herkennen en te doorbreken. Dit vermindert de kans dat oude patronen opnieuw de overhand krijgen.
2. Herken vroege signalen
Veel mensen ervaren subtiele veranderingen vóór een terugval, zoals slechter slapen of minder energie. Door deze signalen vroeg te herkennen, kun je sneller ingrijpen.
3. Zorg voor structuur en zelfzorg
Regelmaat in slaap, voeding en activiteit helpt het brein stabiel te houden. Denk aan:
- Vaste slaaptijden
- Regelmatige beweging
- Dagelijkse planning
4. Blijf in contact
Sociale steun speelt een belangrijke rol in het voorkomen van terugval. Openheid over hoe het gaat, helpt om isolatie te voorkomen.
Door inzicht te krijgen in je eigen kwetsbaarheden, vroegtijdige signalen te herkennen en actief te werken aan beschermende factoren, kun je de kans op terugval aanzienlijk verkleinen. Wil jij meer weten over hoe je een terugval kan voorkomen? Bekijk hier wat Psycholoog.nl voor je kan betekenen. Neem direct contact op met ons aanmeldteam of plan vrijblijvend een gratis adviesgesprek in.
Meer blogs lezen? Ga terug naar het overzicht.
Bronnen:
https://www-tijdschriftvoorpsychiatrie-nl.proxy-ub.rug.nl/nl/artikelen/article/50-6861_Risicofactoren-voor-terugval-en-of-een-nieuwe-depressieve-episode
Bockting, C. L. H., & Oosterink, A. (2010). Preventie van terugval bij recidiverende depressie met cognitieve therapie. Gedragstherapie, 43, 35-57.